Opinie: levensbeschouwing hoort thuis op school

Opinie: levensbeschouwing hoort thuis op school

Dit opiniestuk schreef ik vanuit mijn job als leraar zedenleer. De levensbeschouwelijke vakken in het GO! en stedelijk onderwijs worden zwaar op de korrel genomen en hiertegen wordt zelden een weerwoord geplaatst. Daar probeer ik verandering in te brengen. Het stuk werd geplaatst op de websites van deMens.nu en Vrijzinnig Limburg.

Levensbeschouwing hoort thuis op school

De ene keer is het een opiniestuk van een zekere senior writer van De Morgen, de andere keer een krantenartikel na een tweet van een wanhopige directeur. Ze verkondigen allen hetzelfde: de levensbeschouwelijke vakken (zedenleer, islam en de katholieke godsdiensten) zijn een overbodige segregatie die zo snel mogelijk moeten worden afgeschaft. Nog even en directeurs wandelen hand in hand met opiniemakers naar Mordor om de levensbeschouwelijke leraren in Mount Doom te gooien om zo een einde te maken aan al het leed dat die met zich meebrengen. One grondwetswijziging to rule them all.

Wie in dit ‘debat’ (zeg gerust: monoloog) nooit aan het woord komt zijn de leraren van deze vakken. Daar probeer ik vandaag verandering in te brengen. Ik ben een leraar zedenleer die het heeft gehad met de negativiteit van sommige opiniemakers en directeurs. Het zou fijn zijn mochten deze mensen eens de moeite nemen om met ons te spreken in plaats van hun eenzijdige meningen te verkondigen in kranten en op sociale media.

Misschien eerst iets over mezelf. Na het katholiek lager onderwijs kwam ik op een school terecht van het GO! onderwijs. Hier kreeg ik voor het eerst zedenleer en plots viel alles op zijn plaats. Mijn fantastische leraar van toen was iemand die ons liet nadenken over moeilijke vraagstukken, iemand die naar onze mening vroeg en ernaar luisterde, iemand die begrip opbracht en probeerde tot consensus te komen. Ik voelde me voor het eerst gewaardeerd door een leraar die écht naar me luisterde. In de jaren erna heb ik nog tal van zulke leraren gehad en zij hebben ervoor gezorgd dat ikzelf naar de lerarenopleiding ben getrokken. Ik moest wel.

Ik durf gerust te zeggen dat het vak zedenleer me gemaakt heeft tot wie ik ben, dat het de basis legde van mijn gedachtegoed. Ik ontdekte er opvattingen die ik een leven lang met me meedraag, die me maken tot wie ik ben en die bepalen hoe ik met anderen omga.

Toen ik als leraar voor de klas kwam te staan, werd mijn enthousiasme echter tegengehouden door het systeem waar ik in terecht kwam. Vier jaar lang had ik tijdelijke jobs in verschillende schoolnetten, waardoor ik niets kon opbouwen. Het was zo frustrerend dat ik ermee ophield. Maar welke andere job ik ook probeerde, ik voelde dat er iets ontbrak. Na een jaar belde ik naar mijn inspecteur. Ze bood me een fulltime job in het lager onderwijs aan en ik ben er niet meer weggeraakt. Ik wil deze job tot aan mijn pensioen blijven doen, maar daar komt binnenkort misschien verandering in. Aan alle kanten proberen mensen mijn vak op de brandstapel te zetten. Ze vinden dat levensbeschouwingen niet op school thuishoren. Dat de kinderen burgerzin moeten krijgen, een vak waar iedereen samenzit en praat. Daar kan ik inkomen, maar daarom hoeven de andere vakken niet te worden afgeschaft. Dit hoeft geen en-of-verhaal te zijn.

Laat het ons bovendien eerlijk houden en meteen ook alle katholieke en joodse scholen afschaffen. Als religie niet op school thuis hoort, is het onlogisch dat er scholen zijn die op religie geïnspireerd zijn en waarop je enkel godsdienstlessen kan volgen.

In mijn lessen bied ik een safe space aan voor kinderen om te praten over gevoelens die ze niet kwijt kunnen in hun klas, waar ze bepaalde vragen niet durven stellen omdat ze schrik hebben voor de reacties van de kinderen die een andere levensbeschouwing hebben. Twee uur per week worden de kinderen apart gezet in klassen waar ze over hun opvattingen kunnen spreken. Over wat goed is om te doen en wat niet, over hun plek in de wereld. Op een verzuchting als ‘het klopt niet dat we kinderen proberen samen te laten leven en hen dan apart zetten voor levensbeschouwing’ heb ik een simpel antwoord: de kinderen zitten al 26 uur per week samen om te leren omgaan met elkaars achtergrond. Eén keer per week zitten ze twee uur samen om te leren omgaan met hun eigen achtergrond, en weet je wat, beste directeur? Ze zijn me daar vaak dankbaar voor. Bovendien moeten alle levensbeschouwingen eens per jaar verplicht samenwerken. In die samenwerkingsprojecten zetten we in op begrip voor elkaars levensbeschouwing.

Natuurlijk ben ik niet blind voor de praktische bezwaren waaraan veel directeuren en leraren zich storen. Er zijn zeven erkende levensbeschouwingen en dat is veel, wellicht té veel. Bovendien zijn er veel openstaande vacatures die steeds moeilijker ingevuld geraken. Wat wil je: wie durft zo’n vak nog aan te vatten als er met de regelmaat van een klok te lezen valt dat onze vakken worden afgeschaft? Dat neemt echter niet weg dat ons onderwijssysteem meer georganiseerd is naar de beschikbare momenten in zwembaden dan naar de levensbeschouwingen. Wij bepalen het rooster niet, we ondergaan het.

Ik begrijp niet goed waarom de levensbeschouwelijke vakken zo stiefmoederlijk behandeld worden. Onze vakken hebben wel degelijk waarde. We bieden kinderen positieve opvattingen aan over hoe ze hun leven kunnen leiden, we proberen hen meer begrip voor elkaar te leren opbrengen. Ik zie hoe klasleraren zich tot mij en mijn collega’s wenden voor bepaalde levensbeschouwelijke vragen of problemen die ze in hun lessen ervaren. Ik zie hoe kinderen een grote verbondenheid met ons voelen, net doordat ze over andere zaken kunnen praten dan in de gewone lessen. Alleen voel ik die waardering in de maatschappij niet en dat zorgt ervoor dat ik me bijna slecht ga voelen omdat ik zedenleer geef. Maar ik geef niet toe aan de negativiteit van anderen en ga dit schooljaar opnieuw met evenveel enthousiasme tegemoet. Dat ze er me gerust op de brandstapel voor zetten.

 

Is getekend

Kevin

Leraar zedenleer in hart en nieren

Geen reactie's

Geef een reactie