17 feb Gedicht: Je nam je leven in handen
Door Kevin Amse
Je nam je leven in handen toch blijf je marionet van je gemoed
heb je je driften aan een touwtje hangen dat steeds vaker knapt.
Je probeert je kalmte te bewaren zoals opa zijn geld in de grond
maar je stem raast als een bulldozer door de woonkamer
en wat je zo graag wil opbouwen wordt weer neergehaald.
Je woorden liggen als brokstukken rond je dochter maar ze is te jong
om het zoals haar speelgoed een plek te geven, je bent geen
koning in een draagstoel – hooguit een nar die de grap niet snapt.
Je begint met opruimen om je hoofd te legen maar spijt
komt via de achterdeur terwijl je geen bezoek verwacht.
Je gaat zitten en slaat je armen rond je dochter, ze vindt troost in
de handen die haar neertrokken en die haar nu als een bloemstuk
rechtop schikken. Je stopt haar in bed en jaagt de monsters
vanonder de kast, er staan spinnen op haar lakens om muggen af
te schrikken en even ben je een menselijke mug, zoem je haar
dromen toe waarin je niet als een prikdier opduikt. Eenmaal
beneden gooi je je blik als een touw naar de overkant van de straat
alsof je een ander leven naar je toe wil trekken. Het is niet het gebrek
het is een teveel aan mogelijkheden, de kans op duizend levens
en toch telkens als een trekvogel naar dit punt terug.
Met dit gedicht won ik de Poëzieprijs Stad Harelbeke 2025. Het werd gepubliceerd in de bijhorende bundel.
Geen reactie's